Wat nu volgt, is een persoonlijke beschrijving van drie avonden waarderende intervisie. Elke avond werd anders ingevuld. Een zoektocht naar wat mogelijk en wenselijk is.

Hoe het begint

In de Noordoostpolder begeleid ik sinds augustus 2011 een samenwerkingsproject van negen protestantse dorpskerken. In februari 2012 is er een bijeenkomst in Espel met afgevaardigden van de besturen van deze negen gemeenten. Daar inventariseer ik toerustingsbehoeften. Is er ook behoefte aan intervisie van voorzitters van kerkenraden? Ik kondig aan: ‘Door middel van praktijkervaringen helpen we elkaar bij reflectie op de eigen rol als leidinggevende.’ Vier voor- zitters geven zich spontaan op; twee vrouwen en twee mannen. Later besluit ik de methode van waarderende intervisie uit te proberen. Ik heb er een goede ervaring mee opgedaan met enkele

collega’s. Het levert me energie op, haalt mij uit de problematiseringsmethoden waar ik in opleiding en werkwijze vertrouwd mee ben geworden. Problemen komen er toch wel. Ik ben ook benieuwd of de methode van waarderende intervisie mij een instrument geeft voor een landelijk project over leidinggeven.

Via Keynote Consultancy beschik ik over een model van zes stappen, al uitgeprobeerd in een landelijke AI-intervisiegroep met collega’s. Dat geeft een mooie leidraad. Zou het ook werken met vrijwilligers? In Het waarderend werkboek lees ik vooraf ook het hoofdstuk over waarde- rende intervisie nog even door. Daar houd ik minder van over. Behalve dan wat me het aller- belangrijkste lijkt: een ‘waarderende grondhouding van de facilitator als voorbeeldgedrag’. Ik ben benieuwd wat de deelnemers komen halen en brengen.

De eerste avond: een indringende casus

De eerste avond vindt plaats in mei 2012, in Marknesse. De avond ervoor had ik drie voorzitters van algemene kerkenraden bij elkaar, om daar ook waarderende intervisie uit te proberen. Een goede avond, maar de methode bleek lastig te hanteren. Drie babyboomers (met mij erbij vier) die vooral probleemgericht wilden denken. Ik hoop nu op beter. Aan de uitnodiging om alvast een casus via e-mail aan te leveren, is geen gehoor gegeven.

De deelnemers stellen zich voor: een verpleegkundige, een akkerbouwer, een ambtenaar en een onderwijzeres. Ze zijn gepokt en gemazeld in het kerkenwerk. Wat motiveert hen om hieraan mee te doen? Ik maak een rondje en vraag hun daar- naar. En hebben zij misschien ook een casus in te brengen? Een concrete situatie waarin je als leidinggevende een actieve rol had? Het rondje breekt veel open. Twee deelnemers zeggen zich als voorzitter eenzaam te voelen. Zij hebben weinig mensen om zo af en toe tegenaan te praten en voelen zich heel verantwoordelijk. De twee anderen geven aan te willen leren van de anderen. Ze willen graag ‘over de schutting kijken’. Voor iedereen geldt dat het ‘ambtsgeheim’ zwaar weegt.

Lees of download hier het hele artikel:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *