Dit is een interessant boek, dat zijn ‘momentum’ mee heeft, zoals Thijs Homan lijkt te zeggen (pp. 24-27). De eerste hoofdstukken, waarin de beginselen van ‘appreciative inquiry’ (AI) worden verwoord, brengen een scala aan begrippen ter tafel, die met elkaar de methodiek vormen. Ik noem de voornaamste:

Conversatie, overtuigingen, ervaringen (ook p. 38 kader) en verhalen hangen samen (pp. 33-34), een relationele aanpak (p. 34), onderzoeken als methode van veranderen (p. 35), de bestaande situatie niet problematiseren (p. 38), maar vernieuwen door de bestaande situatie te herwaarderen (p. 36), de levensdynamiek binnen de organisatie als creatief potentieel bespreken (p. 36), over ‘waarde(n)’ spreken (p. 37), vanuit sociaal-constructivistisch principe betekenisgeving vinden, als nieuwe tijdelijke waarheid (pp.. 39, 43), taal gebruiken is creëren (dit is de ‘speech-act’ gedachte in de hermeneutische wetenschap, p. 40), de oplossing is niet leidend, maar het proces (p. 40), participatief zoeken, vanuit een nieuwsgierigheid (p. 41), samen waarden creëren door beroep te doen op taal en verbeelding (p. 44, ook hier hebben hermeneuten de rol van aandragers gespeeld, denk vooral aan Gadamer en Ricoeur), simultaan in het proces vinden veranderingen plaats (pp. 44-45), en in wezen lijkt dit op ‘selffulfilling prophecy’ (p. 45), dit maakt de veranderingsaanpak tot een cirkelgang van ‘vertellen-verbeelden-vormgeven-vernieuwen’, dat als het ware perpetuum mobile van simultane procesverandering in beweging zet (p. 46), waarbij het ten diepste gaat over communicatiewetenschap (p. 49), waarbij ‘een proces van betekeniscreatie’ aan de communicatie gebeurt, een ‘maakproces of een performance’ (p. 52, en ook hier is speech-act, de iconiciteit van woorden, aan zet, namelijk het performatieve van woorden en symbolen), met als product de ‘betekenisrelatie’ (nog niet helemaal betekenisgeving of ‘sense-making’, maar daar lijkt het wel op), in communale zin wel te verstaan (de intersubjectiviteit hiervan is duidelijk), waarbij men elkaar niet met retoriek dient te overrompelen (p. 55 in kader). Het voeren van deze ‘waarderende gesprekken’, en het duiden daarvan is essentieel (pp. 55-57), en daar komen ervaringen en narratieven in mee (p. 58, dit experiëntieel-narratieve element is van groot gewicht). Het duidingskarakter is gelegen in de responsieve wijze van communiceren (p. 60), dat een transformatief potentieel heeft (p. 61). Toch is dit duidingsproces van simultane verrijking en duiding niet helemaal een communaal gebeuren, omdat de methodiek afsluit met het ‘beïnvloeden’ van ‘stromen van conversaties’ (p. 61), waarmee wordt bedoeld dat iemand woorden geeft aan de waarden die de gezamenlijke verhalen (response) naar boven brengen. Dot wordt dan een gezamenlijk verhaal, min of meer het narratief van de organisatie, met de herkenning van ‘dit zijn wij, belichaamd in het gedeelde verhaal (pp. 61-62).

Er is bij mij veel herkenning, omdat ik met collega’s op het Baptist House te Amsterdam in veel opzichten precies zo te werk gaan bij gemeente-analyse, namelijk met: de narratiever methode, gericht op interpretatief leiderschap, het beroep op verbeelding, gericht op het gedeelde narratief dat in de dynamiek van geleerd geloof (traditie) en geleefd geloof (prakijken) te vinden is. Het transformatief potentieel is in deze processen duidelijk aanwezig, omdat er woorden worden gegeven aan wat men wel beleeft, maar vaak niet weet. In dit opzicht is het proces vaak belangrijker dan de uitkomst (het ‘dat’ van het gesprek, en niet zozeer het ‘wat’ waarderen de meesten).

Lees of download hier het hele artikel:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *